Datum gewijzigd: 16-12-2018

Deel deze pagina


Integriteit


Voor medewerkers van waterschappen gelden regels over het bewaken en bevorderen van integriteit. Deze zijn vooral te vinden in de Ambtenarenwet en in de Algemene wet bestuursrecht.

Hieronder staan enkele belangrijke onderdelen van het integriteitsbeleid die voor jou als medewerker van belang zijn.

Integriteitsbeleid
Waterschappen zijn op grond van de wet verplicht integriteitsbeleid te voeren, dat bovendien onderdeel moet zijn van het personeelsbeleid. Dat wil zeggen dat van een waterschap wordt verwacht dat zij duidelijk maakt wat goed ambtelijk handelen inhoudt en hoe zij misbruik wil voorkomen. Maar het betekent ook dat integriteit aan de orde moet komen op de belangrijke momenten in de bedrijfsvoering, zoals tijdens HR-gesprekken met medewerkers. Maar louter de verplichting geeft nog niet het gewenste resultaat. Daarvoor is beleid nodig, dat doelen en middelen stelt en een tijdpad geeft.

Gedragscode
Een gedragscode is in feite het eigen, huishoudelijk reglement van een waterschap. Gedragscodes kunnen aan- of invulling geven aan regels vastgelegd in de wet en in rechtspositieregelingen. Ze beogen gedrag en handelingen controleerbaar te maken en bieden houvast bij het bepalen van integriteitsnormen.

De wet schrijft niet voor op welke wijze een waterschap aan deze verplichting precies invulling moet geven: een waterschap mag vorm en inhoud grotendeels zelf bepalen. In de handreiking wordt stilgestaan bij doel, karakter en opzet van de gedragscode. De modelteksten bieden inspiratie voor de praktijk.

Eed of belofte
Medewerkers van waterschappen zijn op grond van de wet verplicht bij hun indiensttreding een eed of belofte af te leggen. Met de eed of belofte benadrukt de medewerker uitdrukkelijk dat hij zich als een goed ambtenaar zal gedragen. De eed- of belofteaflegging is een formeel moment waarbij de normen en waarden die het ambtelijk handelen bepalen expliciet onder de aandacht gebracht worden, zodat de ambtenaar zich bewust is wat het betekent om overheidsdienaar te zijn.

Nevenactiviteiten
Het staat medewerkers van waterschappen in beginsel vrij om naast de werkzaamheden voor het waterschap nevenwerkzaamheden te verrichten en/of financiële belangen te hebben. In sommige situaties kan echter een potentiële botsing van belangen ontstaan. Alle nevenwerkzaamheden voor een organisatie, instantie of bedrijf waaruit een conflicterende situatie zou kunnen ontstaan, moeten daarom op grond van de wet worden gemeld. Hetzelfde geldt voor financiële belangen die een medewerker heeft, bijvoorbeeld in gronden of in bedrijven waarmee het waterschap zakendoet. In bepaalde gevallen kan het verrichten van bepaalde nevenwerkzaamheden of het hebben van bepaalde financiële belangen verboden worden.

De handreiking beoogt handvatten te bieden op basis waarvan waterschappen zelf nader invulling kunnen geven aan de verplichting tot het melden van nevenfuncties en tot het melden van financiële belangen.

Aantasting van integriteit
Ondanks alle preventieve inspanningen gericht op het voorkomen van integriteitsschendingen, kunnen medewerkers in hun werkzaamheden geconfronteerd worden met een vermoeden van een misstand of met ongewenste omgangsvormen. In die gevallen is het zaak dat het waterschap de mogelijkheid biedt om het vermoeden van de misstand te melden of een klacht van ongewenste omgangsvormen in te dienen of langs andere weg een (informeel) signaal kan afgeven, bijvoorbeeld door het signaal kenbaar te maken bij een leidinggevende. Hierna kan een onderzoek volgen waarop geconstateerde misstanden of ongewenste gedragingen kunnen worden aangepakt. Op deze manier wordt opgetreden tegen integriteitsschendingen en wordt het belang dat het waterschap hecht aan integriteit, onderstreept. De handreiking aantasting van integriteit geeft een overzicht van de verschillende fasen van onderzoek en de eisen die gesteld worden aan een zorgvuldig onderzoek.

Het aanstellen van een vertrouwenspersoon kan een belangrijk onderdeel van het beleid gericht op het voorkomen van misstanden en ongewenste omgangsvormen zijn. Om die reden hebben tegenwoordig steeds meer organisaties, zowel publiek als privaat, een of meer vertrouwenspersonen in dienst of zijn aangesloten bij een externe organisatie die aan deze rol invulling geeft. De Handreiking vertrouwenspersoon gaat nader in op de rol en taken van de vertrouwenspersoon en op keuzes die gemaakt kunnen worden ten aanzien van positionering van de vertrouwenspersoon in het beleid en binnen de organisatie.

Kwetsbaarheden in kaart
Een aantal functies en processen binnen het waterschap brengt inherent integriteitsrisico’s met zich mee. Het is belangrijk om kwetsbare functies en processen in kaart te brengen. Dit stelt de organisatie in staat om maatregelen te treffen om het risico op integriteitsschendingen te verkleinen. Daarbij valt te denken aan procesmatige maatregelen zoals het vierogenprincipe of functiegebonden maatregelen, zoals het inbouwen van waarborgen bij werving en selectie van nieuwe medewerkers.

Versterken bewustzijn
Een effectief integriteitsbeleid vraagt om een goede balans tussen het hanteren van duidelijke nomen en een (organisatie)cultuur waarmee medewerkers zich (intrinsiek) kunnen identificeren. Om bij te dragen aan een open werkklimaat waarin alle betrokkenen verantwoordelijkheid dragen voor integer handelen, waar ruimte is om twijfels bespreekbaar te maken en waar men op goede wijze kan inspelen op onvoorziene situaties, is het van groot belang om integriteit in te bedden in de organisatie.

Deze overtuiging vergt dat binnen waterschappen met regelmaat wordt stilgestaan bij dilemma’s en casuïstiek uit de praktijk. Belangrijk is dat de wijze waarop aandacht wordt besteed aan integriteit niet steeds dezelfde is: afwisselende, prikkelende werkvormen zijn daarbij de uitdaging. Te denken valt aan digitale of analoge mogelijkheden, alleen of in groepsverband, met een toetsend of juist faciliterend karakter, aan de hand van meer serieuze of juist meer speelse methoden.

Beleving en effectiviteit
Integriteitsbeleid is effectief wanneer het goed is ingebed in de organisatie en bij het management en de medewerkers bekend is en wordt nageleefd. Daarvoor is nodig dat medewerkers zich met het beleid (intrinsiek) kunnen identificeren en dat het aansluit bij de organisatiecultuur. Waterschappen doen er in dit kader goed aan om na verloop van tijd een inventarisatie te maken van (de effectiviteit van) vigerend beleid op het gebied van integriteit en van de beleving van integriteit en omgangsvormen binnen de organisatie (ethisch klimaat). Een dergelijke inventarisatie kan aanknopingspunten opleveren ter verbetering van integriteitsbeleid. Uit een rondgang langs vertegenwoordigers van waterschappen blijkt dat er wel behoefte is aan inventarisaties, maar dat hier nog niet altijd (voldoende) gebruik van wordt gemaakt.

Normalisering
In 2016 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) aangenomen. De wet gaat 1 januari 2020 in. De belangrijkste gevolgen zijn dat de arbeidsrechtelijke (rechts)positie van ambtenaren gelijk wordt aan die van werknemers in het private bedrijfsleven, en dat er een nieuwe (gewijzigde) Ambtenarenwet komt.

De Wnra regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. Met de Wnra krijgen ambtenaren voortaan een tweezijdige arbeidsovereenkomst in plaats van een eenzijdige aanstelling. Dat betekent dat ook het private arbeidsrecht geldt, waaronder de rechtsbescherming en de ontslagregels.

Medewerkers behouden de speciale status van ambtenaar. In de nieuwe Ambtenarenwet staan de bijzondere eisen waaraan ambtenaren moeten voldoen. Deze eisen hebben vooral te maken met integriteit.

Vragen
Heb je vragen over het integriteitsbeleid in jouw organisatie? Neem dan contact op met de afdeling P&O van jouw waterschap.
 

Gerelateerd nieuws

    Gerelateerde instrumenten

      Gerelateerde publicaties


         

         

         

        Ontwerp RUURD's, techniek: Dutchbrite, realisatie: ARVEE, webdevelopment, fotografie Kees Winkelman